September is de rijkste maand van het Nederlandse plukjaar. Bramen lopen door, de noten vallen, vlier en duindoorn zijn rijp, de eerste bottels kleuren en de paddenstoelen komen op gang. Meer dan je kunt verwerken, dus je zult moeten kiezen.
Vraag tien wildplukkers wat hun beste maand is en negen zeggen september. Niet omdat er één soort is die het jaar maakt, maar omdat er dan drie dingen tegelijk gebeuren die de rest van het jaar netjes na elkaar komen. Het zachte fruit van de zomer loopt nog door. De houtige soorten geven af: noten uit de bomen, bottels en bessen uit de heggen. En de bodem begint te werken, want na de eerste natte week staan de paddenstoelen erbij. Het gevolg is dat je in september niet plukt wat er is, maar kiest wat je meeneemt. Een middag is genoeg om drie manden te vullen die je vervolgens niet allemaal verwerkt krijgt.
Wat begint, wat piekt en wat loopt af in september?
Pluk met mate en met respect, en eet nooit iets waarvan je niet 100% zeker bent. Twijfel je? Niet plukken.
Loopt af: blauwe bosbes, wilde framboos, zwarte moerbei en de laatste kerspruimen. Wat je nu niet hebt, heb je dit jaar niet meer.
Piekt: braam en dauwbraam, vlierbes, hazelnoot, gele kornoelje, lijsterbes en vossenbes.
Begint: walnoot vanaf half september, duindoorn, rozenbottel, meidoorn, zuurbes, meelbes, wilde appel en wilde peer.
Komt net op gang: tamme kastanje en beukennootjes, met de kern van hun oogst in oktober.
Onder de grond: kliswortel, valeriaanwortel, pijlkruidknollen en zilverschoon. De bladeren sterven af, dus je moet ze nu nog kunnen aanwijzen.
Tweede lente: veldzuring, paarse dovenetel, vogelmuur, waterkers en zevenblad lopen door de koelere nachten opnieuw jong uit.
Dat laatste punt wordt vaak over het hoofd gezien. September is niet alleen een vruchtenmaand. Bladgroenten die in juli hard en bitter waren, geven na de eerste koele nachten een tweede, malse lichting. Veldzuring is dan weer zuur in plaats van taai, vogelmuur komt terug op omgewerkte grond en zevenblad geeft in de schaduw nieuwe, gevouwen blaadjes.
Soort
Wat je plukt
Waar je hem vindt
Waar je op let
Vlierbes
Hele trossen, thuis afritsen
Bosranden, heggen, struwelen op stikstofrijke grond, achter de zeereep
Alleen diepzwarte bessen aan een rode steel. Nooit rauw eten, altijd verhitten
Duindoorn
Oranje bessen aan doornige takken
Duinen langs de hele kust, Lauwersmeer, opgespoten zand en spoortaluds
Scherpe doorns en de bes spat. In de meeste duingebieden is plukken verboden
Rozenbottel
Rode bottels, in september nog stevig
Heggen, bosranden, duinvalleien, dijken, bermen
De haartjes rond de zaadjes jeuken. Bottels altijd zeven of uitschrapen
Omdat hij eerder bloeit. Metingen van De Natuurkalender laten zien dat vlierbessen tussen 2001 en 2015 gemiddeld op 14 augustus rijp waren, terwijl dat halverwege de vorige eeuw nog 5 september was. In warme jaren zoals 2007 en 2011 was de eerste melding al op 5 augustus. Er zit ongeveer drie maanden tussen bloesem en rijpe bes, dus als de vlier vroeg bloeit, schuift de hele oogst mee. Klassieke flora's die september en oktober noemen, beschrijven daarmee feitelijk het klimaat van vijftig jaar geleden. In de praktijk is september de maand waarin je zeker weet dat het kan, en augustus de maand waarin je moet gaan kijken.
Herkennen is eenvoudig als je op de steel let. Rijpe vlierbessen zijn diepzwart en zitten aan een tros waarvan de steeltjes rood of paars zijn verkleurd, en die tros hangt over als hij zwaar is. De struik zelf heeft geveerd blad met vijf tot zeven deelblaadjes en tandjes langs de rand, en de takken bevatten een zacht wit merg. Waar het misgaat is de rijpheid: een tros waarin nog groene of rode bessen zitten laat je hangen, want die onrijpe exemplaren geven de meeste maagklachten. Rits thuis de bessen met een vork van de trossen af en gooi elke steel weg, want ook de steeltjes horen niet in de pan.
Twee dingen: de plant, en de plek. De plant verdedigt zich met echte doorns, en de bessen zitten zo dicht tegen de tak dat je ze niet los krijgt zonder ze kapot te drukken. De klassieke oplossing is knippen: hele bestakjes afknippen, invriezen, en de bevroren bessen er daarna afrollen. Dat is efficiënt maar het kost de struik takken, dus doe het met mate en nooit bij een struik die alleen staat. Wie geen takken wil knippen, houdt een bak onder de tak en rolt de bessen er met een vork af. Werk met een schort aan, want duindoornsap laat oranje vlekken achter.
De plek is het grotere probleem. Duindoorn staat in Nederland vooral in de duinen, en daar geldt bij de meeste beheerders een plukverbod. PWN verbiedt in het Noordhollands Duinreservaat het plukken, rapen en meenemen van planten en vruchten, met alleen een uitzondering voor bramen in augustus. Dunea en Nationaal Park Zuid-Kennemerland verbieden het eveneens, en Natuurmonumenten staat wildpluk in zijn gebieden helemaal niet toe. Staatsbosbeheer is de uitzondering: daar mag kleinschalig plukken voor eigen gebruik. Duindoorn is dus niet beschermd, maar op de meeste plekken waar hij staat mag je er niet aan komen. Buiten de duinen groeit hij op opgespoten zand, langs spoortaluds en in het Lauwersmeergebied, en daar is de vraag wie de grond beheert.
Dat lukt niet, tenzij je handschoenen aandoet. De groene bolster om de walnoot bevat een kleurstof die je huid weken bruin houdt, en die kleurt ook je nagelriemen en je kleding. Handschoenen zijn dus geen luxe. Verder is walnoot een van de weinige soorten waarbij de timing goed gedocumenteerd is: De Natuurkalender meldt dat de meeste bomen tussen 10 en 30 september hun eerste rijpe noten laten vallen. Rapen is beter dan plukken, want een noot die vanzelf valt is rijp en een noot die je uit de boom haalt meestal niet.
Direct na het rapen haal je de bolster eraf, want als die blijft zitten gaat de noot schimmelen en smaakt de kern muf. Spoel de noten daarna af, gooi de drijvers weg en laat ze een tot twee weken drogen op een luchtige plek, in één laag. Pas dan gaan ze in een zak of doos. Wat betreft de plek: walnoten staan in Nederland vooral op erven, in lanen en in parken, en dat is bijna altijd grond met een eigenaar die je kunt vragen. Meestal krijg je gewoon ja, want de meeste mensen met een walnotenboom hebben er meer dan ze op krijgen.
Hoe herken je een tamme kastanje van een paardenkastanje?
Aan de bolster en aan het blad, en dat verschil is groot genoeg om er nooit naast te zitten. De tamme kastanje heeft een bolster die volledig bedekt is met lange, dunne, dicht opeenstaande stekels, als een egel. De paardenkastanje heeft een dikkere, leerachtige bolster met korte, stompe, ver uit elkaar staande punten. Het blad verschilt nog duidelijker: bij de tamme kastanje is het een enkel, langwerpig blad met grove zaagtanden langs de rand, bij de paardenkastanje een handvormig blad dat uit vijf tot zeven deelblaadjes op één punt bestaat. En in de bolster zelf zitten bij de tamme kastanje meestal twee tot drie afgeplatte noten met een puntje, bij de paardenkastanje één bolle, glanzende, puntloze noot.
Paardenkastanjes zijn niet eetbaar en geven bij consumptie maag- en darmklachten. Ze staan bovendien overal waar tamme kastanjes niet staan: in straten, op pleinen en in parken. De tamme kastanje wil warmte en een goed doorlatende bodem, dus je vindt hem op de hogere zandgronden, op landgoederen en in oude bossen, zelden op veen of zware klei. In Nederland is oktober de echte kastanjemaand, maar bij een warm najaar liggen er eind september al bolsters op de grond.
Omdat het het enige onderdeel van het wildplukken is waar een vergissing dodelijk kan aflopen. Vanaf september komen de paddenstoelen op gang, en het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum meldt dat er de afgelopen vijf jaar jaarlijks gemiddeld 27 patiënten werden gerapporteerd met een ernstige vergiftiging na het eten van zelf geplukte paddenstoelen. De groene knolamaniet is daarbij de beruchtste soort: die kan tot leverfalen, een levertransplantatie of overlijden leiden. Wereldwijd komt naar schatting 95 procent van de sterfgevallen door paddenstoelen op het conto van soorten met amatoxinen, waar de groene knolamaniet er een van is.
Er bestaat geen vuistregel die eetbaar van giftig scheidt. Kleur zegt niets, slakken eten wel degelijk giftige soorten, en er is geen proef die je in het veld kunt doen. Het Voedingscentrum raadt zelf paddenstoelen plukken sterk af, en Staatsbosbeheer stimuleert het niet omdat het onderscheid tussen giftig en niet-giftig lastig is. De Nederlandse Mycologische Vereniging verzamelt op haar excursies geen paddenstoelen voor consumptie. Diezelfde vereniging is overigens duidelijk dat plukken ecologisch weinig schade doet, want het mycelium blijft in de bodem. Het bezwaar is dus geen natuurbescherming maar veiligheid.
Het najaar verandert het veiligheidsplaatje op één punt echt. Je plukt meer van dicht bij de grond: bottels in een berm, bramen aan de onderste takken, valfruit, en straks noten die je van de bosbodem raapt. Het RIVM adviseert daarom zelf geplukte bosvruchten, paddenstoelen, noten, valfruit en groenten altijd goed af te spoelen, en ze een paar minuten te koken of tot ten minste 60 graden te verhitten gedurende een uur, vanwege de vossenlintworm. Invriezen helpt niet, want de eitjes gaan pas dood bij zeer diepe vries. De kans op besmetting is zeer klein, maar de ziekte die eruit kan volgen is ernstig en openbaart zich pas jaren later. Zie de LCI-richtlijn alveolaire echinokokkose.
Waar dit het meest speelt is bekend: de vossenlintworm is aangetoond bij vossen in Zuid-Limburg en Oost-Groningen, en in Zuid-Limburg lag het percentage besmette vossen in onderzoek uit 2012 en 2013 op 59 procent. Dat is geen reden om daar niet te plukken, wel om er consequenter te verhitten. Wie jam of siroop maakt doet dat al. Wie onderweg een handvol bramen in zijn mond stopt, niet.
Twee kleinere punten. September is de maand van de wespen: overrijp valfruit onder een pruimenboom of een appelboom zit er vol mee, dus kijk voor je grijpt. En let op de pitten van steenvruchten. Sleedoorn, kerspruim, kers en pruim bevatten in hun pit cyanogene glycosiden, die pas vrijkomen als de pit gekraakt of gemalen wordt. Laat de pitten daarom heel, ook als je vruchten op alcohol zet. Het Voedingscentrum is er kort over: pitten van steenvruchten kun je beter niet eten.
Wat maak je van een septemberoogst?
Voorraad. Dit is de maand waarin je potten vult die je in januari nog opendraait. Vlierbes wordt gelei, siroop of soep, duindoorn wordt siroop, rozenbottel wordt moes of mosterd, meidoorn wordt ketchup en de noten worden gedroogd en weggezet. Reken op meer tijd in de keuken dan in het veld, want september geeft niet de moeilijkste oogst maar wel de meeste. Een praktische volgorde: eerst wat bederft, dan wat kan wachten. Zacht fruit dezelfde dag, bottels en meidoorn een paar dagen later, noten kunnen weken liggen zolang ze droog en luchtig staan.
Naar oktober, en dat is een andere maand dan je zou denken. Het zachte fruit is dan op, maar er komt een categorie bij die in september nog niet kan: alles wat pas na de eerste koude nachten te vreten is. Sleedoorn, mispel, en op een andere manier ook de bottel. Daarnaast wordt oktober de maand van de wortels en de knollen, omdat het loof afsterft en de plant zijn voorraad naar beneden heeft gebracht. Als je nu al weet waar je aardpeer, pastinaak en klit ziet staan, noteer die plek dan zolang het blad er nog is.
Bijna alles. Braam, dauwbraam, vlierbes, duindoorn, rozenbottel, meidoorn, lijsterbes, vossenbes, zuurbes, gele kornoelje, grote veenbes, wilde appel en wilde peer. Aan noten: hazelnoot, walnoot, en aan het eind van de maand tamme kastanje en beukennootjes. Onder de grond kliswortel, pijlkruid, valeriaan en zilverschoon. En een tweede lichting bladgroen: veldzuring, vogelmuur, waterkers, zevenblad en paarse dovenetel.
Wanneer zijn vlierbessen rijp in Nederland?
Tegenwoordig eerder dan de boeken zeggen. De Natuurkalender mat over 2001 tot 2015 een gemiddelde rijpingsdatum van 14 augustus, tegen 5 september halverwege de vorige eeuw. September is de maand waarin je zeker weet dat het kan. Rijp betekent diepzwart aan een roodpaars verkleurde steel, met een tros die doorhangt.
Mag je vlierbessen rauw eten?
Nee. Rauwe vlierbessen, en vooral de steeltjes en onrijpe bessen, geven misselijkheid, braken en diarree. Kook ze goed door en zeef de pitten en steeltjes eruit. Ook koud geperst sap moet je alsnog aan de kook brengen.
Mag ik duindoorn plukken in de duinen?
Meestal niet. PWN, Dunea, Nationaal Park Zuid-Kennemerland en Natuurmonumenten verbieden plukken in hun duingebieden. Staatsbosbeheer staat kleinschalig plukken voor eigen gebruik wel toe. Duindoorn zelf is niet wettelijk beschermd, maar de terreineigenaar bepaalt. Lees het bord bij de ingang.
Hoe onderscheid ik tamme kastanje van paardenkastanje?
Aan de bolster en het blad. Tamme kastanje: bolster met lange dunne stekels, enkel langwerpig blad met grove zaagtanden, twee tot drie afgeplatte noten met een puntje. Paardenkastanje: dikke bolster met korte stompe punten, handvormig blad met vijf tot zeven deelblaadjes, één bolle glanzende noot zonder puntje. Paardenkastanjes zijn niet eetbaar.
Wanneer vallen walnoten?
De Natuurkalender meldt dat de meeste bomen tussen 10 en 30 september hun eerste rijpe noten laten vallen. Raap ze op in plaats van ze uit de boom te halen, haal de groene bolster er direct af en laat de noten een tot twee weken luchtig drogen voor je ze opbergt.
Kan ik in september beginnen met paddenstoelen plukken?
Niet zelfstandig. Er bestaat geen vuistregel die eetbaar van giftig scheidt, en het NVIC meldt gemiddeld 27 ernstige vergiftigingen per jaar na consumptie van zelf geplukte paddenstoelen. Ga mee met iemand die het aantoonbaar kan en eet in je eerste jaar niets wat je zelf hebt bepaald. Kijk ook of je gemeente het rapen verbiedt.
Loofbos op de hogere zandgronden, landgoederen, parken
Verwar niet met de paardenkastanje: die heeft korte stompe stekels en is niet eetbaar
Beukennootjes
Driekantige nootjes uit een viergedeeld napje
Beukenbossen en beukenlanen op leemhoudende grond
Niet rauw in hoeveelheid eten. Roosteren of blancheren
Braam en dauwbraam
Rijpe zwarte bessen
Houtwallen, kapvlakten, spoorbermen, duinen en dijken
Loopt in de tweede helft van september terug. Laaggeplukt fruit afspoelen
Lijsterbes
Oranjerode bessen in schermen
Zandgronden, heide, bosranden, straatbomen
Rauw niet eten. Koken of eerst invriezen
Vossenbes
Felrode, harde bessen
Naaldbos en heide op arme zure zandgrond
Tweede, vaak rijkere oogst dan die van augustus. Verhitten
Grote veenbes
Grote rode bessen op kruipende stengels
Vochtige duinvalleien en hoogveen, vooral Terschelling en Vlieland
Kwetsbare veenmosvegetatie. Alleen plukken waar het mag en waar een pad ligt
Zuurbes en meelbes
Rode tot oranje bessen
Duinstruwelen, kalkhellingen, aanplant in parken en bermen
Beide zuur en pitrijk, alleen gekookt de moeite. Meelbes is aangeplant, zelden wild
Wilde appel en wilde peer
Kleine, wrange vruchten
Bosranden, houtwallen, Maasdal, Drentse en Achterhoekse bossen
Klein en hard. Geschikt voor gelei en stoven, niet om zo op te eten
Kliswortel
Penwortel van eerstejaars planten zonder bloemstengel
Ruigten, bermen, oevers, braakliggende grond
Alleen de rozet zonder stengel. Diep graven, en niet in andermans berm
Moet ik alles wassen wat ik pluk?
Het RIVM adviseert zelf geplukte bosvruchten, paddenstoelen, noten, valfruit en groenten altijd goed af te spoelen, en om ze een paar minuten te koken of een uur op minstens 60 graden te verhitten om de vossenlintworm uit te sluiten. Invriezen werkt niet. In Zuid-Limburg en Oost-Groningen speelt dit het sterkst.
Is het erg dat er wormpjes in mijn hazelnoten zitten?
Vervelend, niet gevaarlijk. Het is de larve van de hazelnootboorder, herkenbaar aan het ronde gaatje in de schaal. Zo'n noot voelt licht aan. Doe alle noten voor het opbergen in een emmer water: wat drijft is leeg of aangevreten en gooi je weg.
Waarom vind ik nergens vlierbessen terwijl de struiken er staan?
Waarschijnlijk waren de spreeuwen eerder. Vlier is een van de eerste struiken die vogels leeghalen, en een volle tros kan binnen enkele dagen verdwenen zijn. Kijk daarom vanaf half augustus, onthoud de struiken die je ziet en kom vroeg terug. Struiken langs een druk pad zijn meestal het eerst kaal.