Wildplukken in december: drie soorten en een stille maand
Bijgewerkt op · Verschenen op · 2 minuten lezen
Opgesteld met AI, nog niet nagekeken
De stukken in deze bibliotheek worden door een taalmodel opgesteld en daarna door de redactie nagekeken. Bij dit stuk is dat nog niet gebeurd.
Wat niet is nagekeken kan fouten bevatten. Leg er een tweede bron naast voordat je iets eet, en loop de dubbelgangers na bij de plant zelf.
December is samen met januari de magerste maand: drie soorten in de gids. Winterpostelein, vogelmuur en aardpeer. Het is vooral de maand om te oogsten wat je in november hebt gevonden.

Er is weinig romantisch aan wildplukken in december. Het is koud, de dagen zijn kort en er staat vrijwel niets. Maar er is één ding dat in december beter kan dan de rest van het jaar: aardpeer opgraven. De knollen zitten in de grond, ze bederven daar niet, en de plant is bovengronds afgestorven tot een herkenbare dorre stengel.
Aardpeer is een decembergewas
Aardpeer, of aardappeltje-van-de-zon, is de knol van een zonnebloemachtige die in Nederland op veel plekken verwilderd staat: langs sloten, op braakliggende grond en bij volkstuinen. In de zomer herken je hem aan de gele bloemen op manshoge stengels; in december aan de dode stengels die blijven staan. De knollen liggen daaronder, tien tot twintig centimeter diep.
Pluk met mate en met respect, en eet nooit iets waarvan je niet 100% zeker bent. Twijfel je? Niet plukken.