Wildplukken in januari: drie soorten en veel geduld
Bijgewerkt op · Verschenen op · 3 minuten lezen
Opgesteld met AI, nog niet nagekeken
De stukken in deze bibliotheek worden door een taalmodel opgesteld en daarna door de redactie nagekeken. Bij dit stuk is dat nog niet gebeurd.
Wat niet is nagekeken kan fouten bevatten. Leg er een tweede bron naast voordat je iets eet, en loop de dubbelgangers na bij de plant zelf.
In januari staan er in de gids van Pluknet drie eetbare soorten: winterpostelein, vogelmuur en aardpeer. Weinig, maar ze staan er wel, en ze staan er juist nu zonder concurrentie van al het andere groen.

De meeste plukkers doen in januari niets. Dat is begrijpelijk en het is ook een gemiste kans. Wat er in januari groeit, groeit er zonder gezelschap: geen brandnetel die eroverheen groeit, geen fluitenkruid dat de berm vult, geen bramen die je de weg versperren. Wat je in januari vindt, vind je terug in maart op dezelfde plek, en dan weet je het al.
Wat staat er in januari?
Drie soorten, en ze staan er alle drie om een andere reden. Winterpostelein en vogelmuur zijn winterannuellen: ze kiemen in de herfst, groeien door de koude maanden heen en bloeien in het vroege voorjaar. Ze hebben de winter niet overleefd, ze hebben hem gekozen. Aardpeer is een heel ander verhaal: dat is een knol die de hele winter in de grond blijft zitten, en die je opgraaft wanneer je hem nodig hebt.
Pluk met mate en met respect, en eet nooit iets waarvan je niet 100% zeker bent. Twijfel je? Niet plukken.