Postelein
Portulaca oleracea
Opgesteld met AI, nog niet nagekeken
De teksten in deze gids worden door een taalmodel opgesteld en daarna per onderdeel door de redactie nagekeken. Bij deze soort is dat nog niet gebeurd.
Wat nog niet is nagekeken kan fouten bevatten. Leg er een tweede bron naast voordat je iets eet, en loop de dubbelgangers na bij de plant zelf.

Foto: AnRo0002, CC0 via Wikimedia Commons
Een warmteminnende zomerplant: het lekkerst van juni tot september, op zonnige, open en verstoorde grond.
Postelein is een sappige, kruipende zomerplant met een fris-zure, licht zilte smaak. Het is een van de rijkste plantaardige bronnen van omega-3-vetzuren. Je vindt het op zonnige tuinborders, tussen stoeptegels en op omgewerkte grond.
Herkennen
- Dikke, vlezige, glanzende, spatelvormige (omgekeerd-eivormige) blaadjes. De hele plant is KAAL, zonder haren.
- Roodachtige of donkergroene, gladde, kruipende stengels die een matje van 5 tot 50 cm vormen.
- Bij breken GEEN melksap: er komt hooguit wat waterig, kleurloos sap. Dit is de beslissende test.
- Geen donkere vlek op het blad. Straatwolfsmelk, die op precies dezelfde stoepen groeit, heeft juist een opvallende donkere vlek en twee rijen bladeren tegenover elkaar.
- Kleine gele bloempjes met vijf kroonbladen van 6 tot 10 mm, die alleen een paar uur in de ochtendzon opengaan. Daarna doosvruchtjes die met een dekseltje openspringen, vol zwarte zaadjes.
- Groeit op zonnige, warme, open grond: tuinborders, moestuinen, omgewerkte grond en tussen stoeptegels.
In de buurt te vinden
Op de grote kaart →Openbare plekken van Postelein, met jouw omgeving in beeld. Tik een pin voor details.
Kaart wordt geladen…
Regels en respect
- Knijp de toppen af, dan loopt de plant weer uit en oogst je meermaals.
- De bronnen spreken elkaar tegen over hoe gewoon postelein is: wilde-planten.nl noemt hem vrij algemeen, de Verspreidingsatlas vrij zeldzaam en vooral in het zuiden van het land, en niet in het noordelijk zeekleigebied. Ga in het noorden dus uit van zeldzaam en pluk daar terughoudend.
- Laat wat planten zaad zetten; postelein zaait zich rijk uit.
- Vraag toestemming in andermans tuin of op akkers.
Meer lezen en bronnen
Veelgestelde vragen over postelein
- Wanneer kun je postelein plukken?
- Postelein is in Nederland te plukken in juni tot en met september. Een warmteminnende zomerplant: het lekkerst van juni tot september, op zonnige, open en verstoorde grond. Het weer van dat jaar schuift dat een paar weken op, dus kijk naar de plant en niet naar de kalender.
- Wat kun je van postelein eten?
- Van postelein eet je de bladeren en de noten of zaden.
- Hoe herken je postelein?
- Dikke, vlezige, glanzende, spatelvormige (omgekeerd-eivormige) blaadjes. De hele plant is KAAL, zonder haren. Roodachtige of donkergroene, gladde, kruipende stengels die een matje van 5 tot 50 cm vormen. De volledige kenmerken staan hierboven onder Herkennen; de Latijnse naam is Portulaca oleracea.
- Waarmee kun je postelein verwarren?
- Postelein lijkt op straatwolfsmelk en liggende wolfsmelk. Postelein is dik en vlezig, helemaal kaal, en geeft alleen waterig sap. De liggende wolfsmelken vormen op precies dezelfde stoepen en grindbedden ook een matje, maar hebben dunne, platte, kort behaarde stengels en geven wit, giftig melksap zodra je een steel of blad breekt. Die melksaptest is beslissend: breek altijd eerst. In Nederland is straatwolfsmelk (Euphorbia maculata) de soort die je tegenkomt, met een opvallende donkere vlek op het blad; liggende wolfsmelk (E. humifusa) is hier zeer zeldzaam. Let op: beide kunnen roodachtige stengels hebben, dus daar kun je niet op afgaan. De tabel hierboven zet de kenmerken naast elkaar; twijfel je, laat hem dan staan.
- Is postelein giftig?
- Postelein is eetbaar, maar er zijn voorwaarden. BREEK EERST. Postelein geeft waterig, kleurloos sap. Komt er wit melksap, dan heb je straatwolfsmelk of liggende wolfsmelk: het melksap werkt bijtend en branderig op huid en ogen, en de bladeren zijn giftig. Het risico zit vooral in de verwarring: postelein lijkt op straatwolfsmelk en liggende wolfsmelk. Zie de tabel hierboven.