Pluknet
Fruit

Wilde peer

Pyrus pyraster

Vruchten in de herfst; het lekkerst na de eerste vorst, als ze zacht worden.

De wilde peer is een doornige boom met kleine, harde peertjes vol steencellen. Rauw en onrijp zijn ze wrang, maar na de eerste vorst — of gekookt — worden ze verrassend lekker. Denk aan compote, jam of perencider (poiré).

Herkennen

  • Doornige boom of struik (2–20 m); takken eindigen vaak in scherpe doorns, anders dan bij de gekweekte peer.
  • Kleine, ronde tot peervormige, harde vruchten vol steencellen (korrelig van structuur).
  • Witte bloesem in april–mei; glanzende, ronde tot eivormige, fijn gezaagde bladeren.
  • Rijpe vruchten geel tot bruingeel.

Wat je kunt eten

  • De vruchten, het best na de vorst (gebletst) of gekookt.

In de keuken

  • Rauw en hard zijn ze wrang; na de eerste vorst worden ze zacht, geel-bruin en best lekker — maar eet ze snel, want ze rotten hard.
  • Of verwerken tot jam, compote of perencider (poiré).

Let hierop

  • Eet geen harde, onrijpe vruchten; die zijn wrang en samentrekkend.
  • Spuug het korrelige klokhuis en de pitten uit.
  • Let op de doorns bij het plukken; mijd bespoten bermen.

Regels en respect

  • Pluk met mate en laat vruchten hangen voor de dieren.
  • Beschadig de boom niet en respecteer particulier terrein.

Meer lezen

Deze gids helpt bij herkennen, maar vervangt geen gids van vlees en bloed. Twijfel je ook maar een beetje? Niet eten.