Fruit
Mispel
Mespilus germanica
J
F
M
A
M
J
J
A
S
O
N
D
Plukken vanaf oktober–november; pas eetbaar na het 'bletten' (zacht en bruin, na de eerste vorst).
De mispel is een oude fruitsoort met een merkwaardige bruine vrucht die eruitziet alsof hij van onderen openstaat. Vers is hij keihard en wrang; pas na 'bletten' — zacht en bruin worden na de eerste vorst — wordt hij zoet en eetbaar.
Herkennen
- Kleine, kromme struik of boompje (1,5–6 m), vaak breder dan hoog, met doornige, behaarde twijgen bij wilde vormen.
- Grote, losse witte bloemen in het late voorjaar.
- Kenmerkende appelvormige bruine vrucht (2–4 cm) met een brede open 'kroon' van vijf lange kelkbladen — het lijkt of hij van onderen openstaat.
- Vijf harde steenpitten in de vrucht.
Wat je kunt eten
- Het vruchtvlees, uitsluitend na het bletten (zacht en bruin).
In de keuken
- Rijp en zacht: het vruchtvlees uit de schil zuigen en de pitten uitspugen.
- Of verwerken tot gelei, jam, moes of likeur.
- Laat harde vruchten na de pluk enkele weken liggen (of na vorst) tot ze zacht zijn.
Let hierop
- Harde, onrijpe vruchten zijn oneetbaar wrang; eet ze pas als ze zacht en bruin zijn.
- Eenmaal gebletst zijn ze maar een paar dagen houdbaar voordat ze beschimmelen.
- Spuug de pitten uit; die eet je niet.
Regels en respect
- Pluk met mate; laat vruchten hangen voor vogels en andere dieren.
- Vraag toestemming bij bomen op particulier terrein of in oude boomgaarden.
Meer lezen
Deze gids helpt bij herkennen, maar vervangt geen gids van vlees en bloed. Twijfel je ook maar een beetje? Niet eten.