Pluknet
Kruiden

Melganzenvoet

Chenopodium album

Jonge toppen en blad van het late voorjaar tot in de nazomer; na de bloei worden de zaden (najaar) bruikbaar als graan.

Melganzenvoet is de wilde voorouder van spinazie en quinoa en groeit royaal op omgewerkte grond, in moestuinen en op akkerranden. De jonge toppen smaken mild, net als spinazie. Herkenbaar aan het melige, witpoederige waas op de jonge blaadjes.

Herkennen

  • Meelachtig, witgrijs poederig waas op de groeitoppen en de onderkant van jonge blaadjes (afwrijfbaar).
  • Ruitvormige tot driehoekige, grof getande blaadjes; de onderste vaak het grootst.
  • Rechtopstaande, vaak gegroefde stengel, soms met rode of roze lengtestrepen.
  • Onopvallende, groene, kluwenachtige bloemaren in de bladoksels en top, juli–najaar.

Wat je kunt eten

  • Jonge bladeren en groeitoppen
  • Zaden (gemalen als graan)

In de keuken

  • Blad als spinazie koken of smoren; kook bij grotere hoeveelheden en giet het kookvocht weg.
  • Jonge toppen kort blancheren voor stamppot, quiche of roerbak.
  • Zaden wellen en spoelen en koken als quinoa-achtige korrel.

Let hierop

  • Bevat oxaalzuur, saponinen en kan nitraat opstapelen: eet bij voorkeur verhit en met mate, niet rauw in grote hoeveelheden.
  • Oogst niet op zwaar bemeste akkers (hoog nitraat) of langs bespoten randen en drukke wegen; goed wassen.
  • Zaden bevatten saponinen; spoel ze goed voor het koken.

Regels en respect

  • Pluk alleen de toppen, dan loopt de plant opnieuw uit.
  • Laat een deel bloeien en zaad zetten voor vogels en volgend jaar.
  • Vraag toestemming op akkers en in moestuinen.

Meer lezen

Deze gids helpt bij herkennen, maar vervangt geen gids van vlees en bloed. Twijfel je ook maar een beetje? Niet eten.