Pluknet
Kruiden

Grote weegbree

Plantago major

Jonge blaadjes zijn het malst in het voorjaar; naarmate het seizoen vordert worden ze taaier en vezeliger. Zaadaren rijpen in de nazomer.

Grote weegbree groeit precies daar waar mensen lopen: op paden, gazons en tussen tegels. Het jonge blad is een milde bladgroente, de zaden zijn een soort mini-graan, en geplet blad is een klassiek pleistertje bij insectenbeten. Onmiskenbaar en zonder giftige dubbelganger.

Herkennen

  • Rozet van brede, eivormige tot elliptische bladeren, vlak op de grond.
  • 5–9 duidelijke, evenwijdige (boogvormige) nerven die bij het scheuren als taaie draadjes blijven hangen.
  • Lange, stevige, gegroefde bladsteel die geleidelijk in het blad overgaat.
  • Lange, dunne, groen-bruine bloemaar (kaarsje) van mei tot in de herfst.

Wat je kunt eten

  • Jonge bladeren
  • Onrijpe en rijpe zaadaren en zaden
  • Jonge bloemknop-aren

In de keuken

  • Heel jong blad rauw door salade; ouder blad koken of smoren (verwijder eventueel de taaie nerven).
  • Jonge zaadaren kort bakken; smaken licht paddenstoel- of nootachtig.
  • Rijpe zaden drogen en als vezelrijk korreltje door pap of brood.

Let hierop

  • Groeit juist op betreden plekken: mijd hondenuitlaatstroken, bespoten gazons, spoor- en drukke wegbermen (uitlaat en lood).
  • Was het blad goed; laag bij de grond kan het bevuild zijn.
  • Ouder blad is taai en vezelig — jong plukken of goed garen.

Regels en respect

  • Pluk verspreid enkele blaadjes per rozet, dan blijft de plant leven.
  • Laat zaadaren deels staan voor vogels (o.a. vinken) en hergroei.
  • Kies schone plukplekken weg van paden met veel verkeer of honden.

Meer lezen

Deze gids helpt bij herkennen, maar vervangt geen gids van vlees en bloed. Twijfel je ook maar een beetje? Niet eten.